Vandaag leert de Heer Jezus ons een belangrijke les over nederigheid en liefde zonder eigenbelang. Toen Hij zag dat de genodigden naar de ereplaatsen probeerden te gaan, liet Hij zien wat er in hun hart leefde: de wens om op te vallen en beter te zijn dan anderen. Hoezeer hebben ook wij deze boodschap nodig in ons gezin, op ons werk en in onze dienst in de kerk.
Soms dienen we anderen, maar verwachten we toch lof of willen we graag dat onze naam op de voorgrond staat. De ware leerling dient echter trouw en laat het aan God over om hem op het juiste moment te eren.
De Heer roept ons ook op tot een liefde die geen eigen voordeel of beloning zoekt, maar het geluk van de ander. Ware liefde blijkt wanneer we geven zonder dank of waardering te verwachten. Zoals een moeder die zich elke dag voor haar kinderen inzet, of iemand die een zieke of een eenzame oudere bezoekt uit liefde. Zo iemand ziet het gezicht van Christus in zijn dienst en zoekt niet naar lof van mensen.
Laten we onszelf vandaag afvragen: zoek ik de eerste plaats, of zoek ik een nederig hart?
Geef ik omdat ik liefheb, of omdat ik een beloning verwacht?
Wie zichzelf in Gods handen legt, zal door God verheven worden; wie in stilte liefde zaait, zal een vreugde oogsten die nooit vergaat.