Het evangelie laat ons zien dat de leerlingen, terwijl Jezus met hen sprak over zijn lijden en het kruis, met elkaar discussieerden over wie de grootste was. Jezus keerde echter de maatstaven van de wereld om en leerde dat ware grootheid bestaat uit nederigheid en dienstbaarheid aan anderen. Om dit duidelijk te maken, plaatste Hij een kind in hun midden en nodigde Hij hen uit een eenvoudig en nederig hart te hebben dat de kleinen en behoeftigen met liefde ontvangt. Hij herinnert ons er ook aan dat God niet zozeer kijkt naar grote daden, maar naar trouw in de kleine dingen die met liefde worden gedaan, zoals het bezoeken van een zieke, het troosten van iemand die lijdt of het herstellen van een gebroken relatie. Daarnaast leert Jezus ons ons niet het goede toe te eigenen, maar ons te verheugen over ieder goed werk dat in zijn naam wordt verricht. Want het belangrijkste is dat God wordt verheerlijkt en zijn liefde zich onder de mensen verspreidt. Daarom nodigt het evangelie ons vandaag uit onszelf af te vragen: zoeken wij onze eigen eer, of zoeken wij onze broeders en zusters te dienen? De weg van Christus is de weg van nederigheid en liefde; wie die weg volgt, getuigt van het Koninkrijk van God.