wanneer wij het Evangelie volgens Matteüs openen en beginnen met het lezen van de afstamming van Jezus Christus, lijkt de tekst op het eerste gezicht slechts een opeenvolging van namen. Maar de Kerk legt deze tekst in de tijd van Kerstmis aan ons voor om ons iets essentieels te zeggen: zo treedt God onze wereld binnen, niet van bovenaf, maar van binnenuit.
God heeft er niet voor gekozen het verhaal van het heil te beginnen met een indrukwekkend wonder, maar met de geschiedenis van een familie. Een geschiedenis vol successen en mislukkingen, trouw en verraad, stabiliteit en ballingschap naar Babylon. In deze afstamming herkennen wij gezichten die op de onze lijken, huizen die op de onze lijken, en een dagelijks leven vol moeite en wachten. Het is alsof God tot ons zegt: Ik schaam mij niet voor jullie werkelijkheid en sluit jullie zwakheid niet uit van mijn plan.
Vandaag, op weg naar het Kerstfeest, dragen ook wij in ons hart het gewicht van familiale zorgen, persoonlijke teleurstellingen, of het gevoel dat ons leven heel gewoon is. Maar de afstamming van Jezus leert ons dat God juist dáár werkt: in de kleine details, in de herhaalde dagen, in het lange geduld dat niemand ziet.
Kerstmis is niet alleen een mooie herinnering, maar een uitnodiging om te vertrouwen dat God geboren wil worden in ons eigen verhaal, zoals het is. Hij wordt geboren in een eenvoudig huis, in een vermoeid hart, in een mens die wacht. Laten wij de weg voor Hem bereiden, niet door volmaaktheid, maar door oprechtheid; niet door uiterlijk vertoon, maar door het openen van ons hart.
En wanneer wij God toestaan ons eigen levensverhaal binnen te treden, wordt ons wachten omgevormd tot hoop, onze eenvoud tot een heilige plaats, en wordt Kerstmis een levend gebeuren in ons.