In een lange nacht gingen Petrus en zijn metgezellen vissen, maar zij vingen niets. Deze nacht lijkt op onze eigen vermoeidheid en pogingen die vaak zonder vrucht blijven. We keren terug naar wat we kennen, denkend dat het ons veiligheid geeft, maar we vinden het leeg, net als ons hart. Petrus vluchtte voor zijn pijn en teleurstelling, en ook wij vluchten soms naar dingen die onze leegte niet vullen. Maar Jezus was niet ver weg; Hij stond rustig aan de oever te wachten, zonder verwijt of oordeel. Hij komt niet om ons aan ons falen te herinneren, maar om ons het leven terug te geven. Hij ontsteekt hoop in ons en bereidt voor ons een aanwezigheid die onze zwakheid en armoede verwarmt. Wanneer wij denken dat alles voorbij is, is Hij al begonnen in ons diepste innerlijk te werken.Het wonder ligt niet in volle netten, maar in een vervuld hart. Wanneer wij Jezus ontmoeten in onze zwakheid, ontdekken wij dat Hij ons nooit heeft verlaten. Hij vraagt ons zacht: heb je Mij lief? Niet om ons te veroordelen, maar om ons een levend hart terug te geven.
Er wordt niet van ons gevraagd volmaakt te zijn, maar oprecht. Dat wij met gebroken harten naar Hem terugkeren en Hem onze zwakheid en hoop aanbieden. Wanneer wij eenvoudig zeggen: Heer, U weet dat ik van U houd, begint Hij ons falen om te vormen tot een roeping en onze zwakheid tot kracht, zodat ons leven een levend getuigenis wordt van Zijn liefde die alles vernieuwt.