Dit vers herinnert ons eraan dat God niet alleen naar ons uiterlijk kijkt, maar vooral naar wat er diep in ons hart leeft.De farizeeër keek naar wat hij aan de buitenkant van Jezus zag, maar Jezus liet zien dat ware reinheid van binnen begint. Ook wij maken ons vaak druk om wat mensen van ons denken en hoe we overkomen, maar vergeten te vragen: wat ziet God in mijn hart?
We zien snel de fouten van anderen, maar vergeten naar onszelf te kijken
Trots noemen we soms „waardigheid”, wrok noemen we „ik vergeet het niet”, en hardheid noemen we „de waarheid spreken”. Maar Christus roept ons op om ons hart te reinigen, en niet alleen onze buitenkant te verzorgen.Wanneer ons hart verandert, verandert ook de manier waarop we anderen zien, spreken en met hen omgaan.Laten we onszelf daarom afvragen: Is er vrede of ruzie in mijn hart? Liefde of wrok? Nederigheid of trots? Het ware geloof betekent niet dat we voor mensen goed lijken, maar dat we vanbinnen oprecht en goed zijn. Wanneer ons uiterlijk overeenkomt met wat er in ons hart leeft, wordt ons leven een licht dat anderen de weg wijst.