Wanneer Jezus zijn groep discipelen ‘de kleine kudde’ noemt, benadrukt hij enerzijds hun numerieke kleinheid en hun onbeduidendheid. Maar anderzijds verwijst hij naar de herder van de kudde, naar God die zijn volk altijd heeft geleid en beschermd zelfs toen zij een klein ‘overblijfsel’ waren. Hier is de uitnodiging: “Weest niet bevreesd” (Lucas 12,32) wat overeenkomt met de waarschuwingen om je geen “zorgen” te maken over het lichaam, voedsel, de kleding; want God zorgt voor zijn schepselen zelfs voor de kleinste, de raven en de vogels, de lelies op het veld, en dus: “hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?… Hoeveel meer zijt gij dan de vogels!” (Lucas 12, 28, 24). De tekst is een oproep tot vertrouwen, alsof Jezus zegt: Laat uw kleinheid geen reden zijn voor angst of frustratie, want het Koninkrijk van God is geen kwestie van visie en grote aantallen, maar “De komst van het Rijk Gods kunt ge niet waarnemen”. (Lucas 17, 20). Omdat de kwestie van aantallen nog steeds vaak de kern vormt van de pastorale zorgen van velen in de Kerk, moeten we onszelf ook afvragen: wat is het getal dat onderscheid maakt tussen klein en niet-klein? Jezus herinnert ons eraan dat waar twee of drie in zijn naam bijeen zijn, hij in hun midden is (zie Mattheüs 18. 20). Daarom moeten de woorden van Jezus aan zijn discipelen worden opgevat als een waarschuwing tegen het streven naar grootheid en belangrijkheid, macht en bekwaamheid, bewondering en aanzien, kortom, tegen het zoeken naar wereldse wegen naar kerkelijk succes. In dit opzicht is het belangrijk om de woorden van de heilige Theresia van het Kind Jezus te herzien: “Heiligheid bestaat niet uit het beoefenen van deze of gene vroomheid, maar in de gesteldheid van het hart die ons nederig en klein maakt in de armen van God, bewust van onze zwakheid en vertrouwend op Zijn goedheid als Vader. Wat God in mijn ziel behaagt, is mij mijn kleinheid en mijn armoede te zien liefhebben, het is de blinde hoop die ik heb op Zijn barmhartigheid. Wees niet bang, hoe armer je bent, hoe meer Jezus van je zal houden.”