Bij het oog van de dood overvalt ons angst: angst voor verlies, het onbekende en de leegte.
Maar de Heer fluistert ons toe: “Vrees niet.”
De dood is niet het einde, maar een overgang naar het eeuwige leven, als een brug die ons naar Gods rijk leidt.
Wij sterven niet allemaal, maar worden veranderd, ons lichaam wordt geplant in hoop op de opstanding.
De dood is geen nederlaag, maar een opening naar overwinning en het eeuwige leven.
Wat blijft is liefde, barmhartigheid en het goede dat wij deden.
Verdriet is natuurlijk, omdat liefde niet sterft, maar wij treuren in hoop.
Wie leeft in Gods hand wordt niet verzwolgen door de dood, maar hoort Zijn stem: “Treed binnen in de vreugde van uw Heer.”
Zoals een kind dat in het donker de hand van zijn vader vasthoudt, vertrouwen wij op God en rusten in Zijn handen.
Wij heffen ons hart op in dankbaarheid en vertrouwen; wat wij zaaien in tranen, oogsten wij in vreugde.
De dood is in Gods ogen het begin van overwinning en een kans op de opstanding .